ECLI:NL:PHR:2005:AS5983
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat drogeren met kalmeringsmiddelen onder geweld valt bij onmacht slachtoffer
In deze zaak stond de vraag centraal of het toedienen van kalmerings- en slaapmiddelen, zonder expliciete vaststelling van bewusteloosheid of onmacht, als geweld in de zin van art. 312 juncto Pro art. 81 Sr Pro kan worden aangemerkt. De verdachte werd door het hof veroordeeld voor onder meer diefstal voorafgegaan door geweld, waarbij het geweld bestond uit het drogeren van slachtoffers.
De verdediging voerde cassatie in met het middel dat het bewezenverklaarde drogeren geen geweld oplevert, tenzij het slachtoffer daadwerkelijk in een toestand van bewusteloosheid of onmacht verkeert. De Hoge Raad verwijst naar de wetsgeschiedenis en concludeert dat het hof de term 'drogeren' terecht heeft opgevat als het toedienen van zodanige middelen dat het slachtoffer in een toestand van onmacht of bewusteloosheid raakt.
De Hoge Raad bevestigt dat de bewezenverklaring niet innerlijk tegenstrijdig is en dat de kwalificatie als geweld juist is. Ook de strafmotivering door het hof wordt als voldoende beoordeeld, waarbij het hof een langdurige gevangenisstraf oplegde vanwege de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het toedienen van kalmeringsmiddelen dat leidt tot onmacht of bewusteloosheid geweld oplevert en verwerpt het cassatieberoep.