ECLI:NL:PHR:2005:AS5103
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen bij ontbinding arbeidsovereenkomst en betalingsonmacht
De zaak betreft een geschil tussen een voormalig werknemer ([verweerster]) en bestuurders van een holdingvennootschap ([eiseres 1] en [eiser 2]) die de activiteiten van de Hypotheekshop beheerden. [Verweerster] had haar arbeidsovereenkomst laten ontbinden en een ontslagvergoeding toegekend gekregen, maar de Hypotheekshop kon deze niet betalen.
[Verweerster] stelde dat de bestuurders onrechtmatig hadden gehandeld door de bedrijfsactiviteiten van de Hypotheekshop elders onder te brengen, waardoor de bv niet aan haar betalingsverplichtingen kon voldoen. De rechtbank en het hof oordeelden dat de bestuurders wisten of behoorden te weten dat de Hypotheekshop de vergoeding niet zou kunnen betalen en dat zij hierdoor onrechtmatig handelden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de bestuurders. Het hof had terecht geoordeeld dat het handelen van de bestuurders een voldoende ernstig persoonlijk verwijt opleverde en dat zij aansprakelijk waren voor de schade van [verweerster]. De omstandigheid dat het verzoek tot ontbinding van [verweerster] zelf kwam en dat de vergoeding lager was dan mogelijk was, deed hieraan niet af.
De Hoge Raad benadrukte dat bestuurders verantwoordelijk zijn om te voorkomen dat een bv verplichtingen aangaat die zij niet kan nakomen. Het arrest bevestigt de toepassing van bestuurdersaansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen in het kader van arbeidsrechtelijke ontbindingsvergoedingen en betalingsonmacht.
Uitkomst: Bestuurders zijn aansprakelijk voor onrechtmatig handelen en hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding aan de voormalig werknemer.