ECLI:NL:PHR:2005:AR7735
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toepassing afdrachtvermindering zeevaart voor sleep- en hulpverleningsvaartuig
De zaak betreft de toepassing van de afdrachtvermindering zeevaart op het bergingsschip B, dat behoort tot de vloot van X-1 B.V. en in 1997 niet voornamelijk op zee werd geëxploiteerd. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat volgens hem het schip in de maanden januari tot en met maart en juli tot en met november niet grotendeels op zee werd geëxploiteerd, en daarom niet voldeed aan de voorwaarden voor de faciliteit. Het hof stelde echter dat het schip kwalificeert als zeeschip omdat het bestemd is voor hulpverleningswerkzaamheden op zee, ook al was het niet bestemd voor sleepwerkzaamheden.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het schip alleen bestemd hoefde te zijn voor hulpverleningswerkzaamheden. Volgens de Hoge Raad vereist de wet dat het schip bestemd is voor zowel sleep- als hulpverleningswerkzaamheden op zee. Het woord "en" in de wettelijke tekst betekent dat beide functies cumulatief vereist zijn. Het schip B, een bergingsvaartuig zonder sleepbestemming, voldoet hier niet aan.
Daarnaast speelt een Europeesrechtelijke dimensie: de Europese Commissie heeft de Nederlandse regeling voor afdrachtvermindering zeevaart voor sleepbootactiviteiten in havens en binnenwateren als onverenigbare staatssteun aangemerkt en terugvordering gelast. De Hoge Raad bespreekt de verhouding tussen nationaal en Europees recht, en de verplichting tot terugvordering van onrechtmatig verleende steun, ook indien dat nationale termijnen en regels doorbreekt.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep van de Staatssecretaris gegrond is en vernietigt het arrest van het hof. De zaak wordt verwezen naar een aparte procedure voor de terugvordering van de steun, waarin partijen hun feiten en argumenten volledig kunnen inbrengen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het arrest van het hof vernietigd wegens onjuiste uitleg van het begrip 'sleep- en hulpverleningswerkzaamheden'.