ECLI:NL:PHR:2005:AR7440
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over gezagsrecht en teruggeleiding kind onder het Haagse Kinderontvoeringsverdrag
Deze zaak betreft een verzoek tot teruggeleiding van een kind naar Israël op grond van het Haagse Verdrag inzake internationale kinderontvoering (HKOV). De moeder houdt het kind in Nederland achter, terwijl de vader en de Centrale Autoriteit stellen dat het gezagsrecht gezamenlijk toekomt en de achterhouding ongeoorloofd is.
De rechtbank oordeelde dat het gezagsrecht gezamenlijk was en bevolen teruggeleiding. Het hof vernietigde dit en wees het verzoek af, stellende dat de moeder het uitsluitend gezag had. Het hof hechtte geen waarde aan een Israëlische rechterlijke verklaring wegens schending van hoor en wederhoor.
De Hoge Raad stelt dat het hof ten onrechte de Israëlische rechterlijke verklaring buiten beschouwing liet, omdat art. 14 en Pro 15 HKOV niet eisen dat beslissingen voldoen aan erkenningsvoorwaarden. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor nader onderzoek naar het gezagsrecht en de toepassing van het HKOV, met inachtneming van de Israëlische rechterlijke verklaring.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak voor nader onderzoek naar het gezagsrecht en toepassing van het HKOV.