ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ5980
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van Zandwijk-Hillebrands
- Driessen-Poortvliet
- Gräler
- Rechtspraak.nl
Geen ongeoorloofde internationale kinderontvoering door moeder zonder gezagsrecht vader
In deze zaak staat centraal of de moeder het kind ongeoorloofd naar Nederland heeft overgebracht en niet heeft teruggebracht naar Israël, in strijd met het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). De vader, die het gezagsrecht claimde, vorderde teruggeleiding van het kind. Het hof stelt vast dat het gezagsrecht volgens het echtscheidingsconvenant exclusief bij de moeder lag, en dat de vader dit recht niet daadwerkelijk uitoefende ten tijde van de overbrenging.
De rechtbank in Israël had eerder geoordeeld dat het niet terugkeren ongeoorloofd was, maar het hof hecht hieraan geen waarde vanwege schending van het hoor en wederhoor principe en onvolledige stukken. Het hof baseert zich op het echtscheidingsconvenant en verklaringen van familieleden die bevestigen dat de moeder het gezag had en de verblijfplaats mocht bepalen.
De moeder had het kind meegenomen naar Nederland en weigerde terug te keren. Het hof vernietigt de eerdere beschikking die teruggeleiding beval en wijst het verzoek tot teruggeleiding af. Tevens wordt het verzoek tot kostenveroordeling van de moeder afgewezen. De moeder mocht volgens het convenant en de feitelijke situatie beslissen over de verblijfplaats van het kind.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot teruggeleiding af omdat de vader ten tijde van het niet terugkeren niet het gezagsrecht had.