ECLI:NL:PHR:2005:AR6459
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Academisch Ziekenhuis Groningen voor hiv-besmetting door bloedproducten
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid van het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG) voor de hiv-besmetting van een hemofiliepatiënt, [betrokkene 1], die sinds 1974 werd behandeld met stollingspreparaten. Vanaf 1983 werd overgeschakeld op hittebehandelde factor VIII-concentraten, waaronder Hemofil T en mogelijk Armour Factorate HT. De besmetting werd vastgesteld in 1986, met vermoedelijke toediening van besmette producten in de periode daarvoor.
De rechtbank oordeelde dat AZG en Sanquin tekort zijn geschoten in hun zorgplicht en informatieplicht jegens [betrokkene 1], en aansprakelijk zijn voor de hiv-besmetting, ondanks onvolledige registratie van de toegediende producten. Het hof bevestigde dit, maar beperkte de onrechtmatigheid tot de toediening van Armour Factorate HT (IP) vanaf november 1984, waarbij AZG onvoldoende bewijs leverde om dit te betwisten.
In cassatie wordt onder meer geklaagd over de interpretatie van de vordering, het onderscheid tussen verschillende Armour-producten, de bewijslast en de beoordeling van het causale verband. De conclusie van de Advocaat-Generaal wijst op de complexiteit van de feiten en de noodzaak van een zorgvuldige procedure, waarbij het hof mogelijk te beperkt heeft geoordeeld over de stellingen en bewijsvoering. De zaak illustreert de problematiek rond aansprakelijkheid bij medische besmettingen en de eisen aan bewijs en zorgvuldigheid.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het betreft het geschil tussen AZG en de erfgenaam van de moeder, met verwijzing naar een ander hof.