ECLI:NL:PHR:2004:AR5909
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitleg en aansprakelijkheid bij vrijwaringsclausule bodemverontreiniging
In deze zaak draait het om de uitleg en gevolgen van een vrijwaringsclausule in een koopovereenkomst van een voormalige steenfabriek met landerijen, waarbij eiseres de koper vrijwaart tegen aanspraken wegens door haar veroorzaakte bodemverontreiniging.
De feiten betreffen de verkoop in 1988, waarbij de clausule werd opgenomen in het koopcontract en transportakte. Nadat ernstige bodemverontreiniging werd vastgesteld, ontstond een geschil over de reikwijdte van de vrijwaringsclausule. De rechtbank en het hof Arnhem oordeelden dat eiseres aansprakelijk was voor de saneringskosten, ook indien deze door de koper zelf waren gemaakt.
Eiseres stelde vervolgens de notaris aansprakelijk wegens onvoldoende waarschuwen en afwijkende bedoelingen omtrent de clausule. Het hof 's-Hertogenbosch verwierp dit en baseerde zich mede op de feitelijke vaststellingen uit de Arnhemse procedures, getuigenverklaringen en rechterlijke oordelen. De Hoge Raad bevestigt deze uitleg en oordeelt dat de beoordeling van feitelijke omstandigheden en de betekenis van de clausule in cassatie slechts beperkt kan worden getoetst.
De Hoge Raad benadrukt dat partijen zich bewust waren van de ruime strekking van de vrijwaringsclausule en dat de notaris geen verwijt kan worden gemaakt omdat eiseres willens en wetens de aansprakelijkheid aanvaardde. Ook het bewijsaanbod van eiseres wordt als onvoldoende gespecificeerd beoordeeld. De cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat eiseres aansprakelijkheid aanvaardde voor bodemverontreiniging en dat de notaris niet aansprakelijk is.