ECLI:NL:PHR:2004:AR3228
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op verdediging door raadsman bij afwezigheid verdachte in strafproces
In deze zaak stond centraal of een raadsman de verdediging mag voeren wanneer de verdachte niet ter terechtzitting verschijnt ondanks een bevel tot persoonlijke verschijning en medebrenging. Het hof had de raadsman niet toegelaten en verstek verleend tegen de verdachte, die niet was verschenen.
De Hoge Raad verwijst naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de wetsgeschiedenis, waarin is vastgesteld dat het recht op verdediging ook bij afwezigheid van de verdachte moet worden gewaarborgd. De raadsman moet in beginsel worden toegelaten, tenzij de rechter het onderzoek schorst en opnieuw persoonlijke verschijning beveelt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting, waarbij de verdediging door de raadsman moet worden toegestaan indien deze uitdrukkelijk gemachtigd is. Dit versterkt het recht op een eerlijk proces en de effectieve uitoefening van het recht op verdediging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting waarbij de raadsman de verdediging mag voeren.