ECLI:NL:PHR:2004:AR1049
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg van de reistijden- en reiskostenregeling in de CAO Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf
De zaak betreft de uitleg van de reistijden- en reiskostenregeling in de CAO voor het Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf, waarbij eiser vergoeding vorderde voor reistijd en reiskosten over de periode 1992 tot 1998.
Eiser werkte op verschillende objecten en maakte gebruik van openbaar vervoer. Hij stelde dat ook de loop- en wachttijden tussen woning en openbaar vervoerpunt tot de totale reistijd behoren, evenals reistijd bij tussentijds naar huis gaan. De rechtbanken wezen zijn vorderingen af, stellende dat de regeling alleen de reistijd volgens dienstregeling van het snelste openbaar vervoermiddel omvat en dat tussentijds naar huis reizen niet onder de regeling valt.
De Hoge Raad bevestigt dat de uitleg van CAO-bepalingen objectief moet zijn en dat de reistijdenregeling de reistijd omvat van huis naar eerste werkobject, tussen werkobjecten en van laatste werkobject naar huis, berekend volgens de dienstregeling van het snelste openbaar vervoermiddel, exclusief loop- en wachttijden. Ook oordeelt de Hoge Raad dat latere wijzigingen van de CAO niet mogen worden betrokken bij de uitleg van eerdere bepalingen.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing, waarbij de uitleg van de reistijdenregeling zoals vastgesteld moet worden toegepast.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met de uitleg dat reistijd volgens de dienstregeling van het snelste openbaar vervoermiddel van huis naar werkobjecten en vice versa exclusief loop- en wachttijden omvat.