ECLI:NL:HR:2004:AR1049
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van reistijden- en reiskostenregeling in schoonmaak-CAO
In deze zaak vorderde eiser vergoeding voor reistijd en reiskosten over de periode 1992 tot 1998 op grond van art. 38 van Pro de CAO voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf. De kantonrechter wees de vordering af, en de rechtbank bekrachtigde dit oordeel in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de uitleg van de reistijden- en reiskostenregeling, met name de vraag of de looptijd van huis naar de halte van het openbaar vervoer en het tussentijds reizen via huis tussen werkobjecten tot de 'totale reistijd' behoort. De rechtbank oordeelde dat deze looptijd niet onder de vergoeding valt en dat het traject van werkobject naar huis en vervolgens naar een volgend werkobject niet meetelt.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en overwoog dat de bepalingen van de CAO objectief moeten worden uitgelegd aan de hand van de bewoordingen en de context. De looptijd van huis naar halte valt niet onder de vergoeding en het tussentijds reizen via huis ook niet. Dit leidt niet tot een onbillijk resultaat, mede omdat de CAO rekening houdt met situaties waarin vervoer door de werkgever wordt geregeld.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de vordering tot vergoeding van reistijd en reiskosten wordt afgewezen.