ECLI:NL:PHR:2004:AP1074
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding buitengerechtelijke kosten bij regresrecht werkgever na verkeersongeval
Een werknemer van B.V. Vormenfabriek Tilburg raakte arbeidsongeschikt door een verkeersongeval veroorzaakt door een verzekerde van Zwolsche Algemeene Schadeverzekering N.V. De verzekeraar erkende aansprakelijkheid en betaalde schadevergoeding aan Vormenfabriek, die het loon van de werknemer had doorbetaald. Vormenfabriek vorderde vervolgens vergoeding van buitengerechtelijke kosten die zij had gemaakt om de schade en aansprakelijkheid vast te stellen.
De rechtbank wees de vordering grotendeels toe, stellende dat het regresrecht van de werkgever als een schadevergoedingsvordering moet worden gezien, zodat redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking komen. De verzekeraar stelde in hoger beroep dat het regresrecht geen schadevergoedingsvordering is en dat vergoeding van buitengerechtelijke kosten daarom niet toekomt.
De Hoge Raad oordeelt dat het regresrecht van de werkgever geen schadevergoedingsvordering is, maar dat art. 6:96 lid 2 onder Pro b BW van overeenkomstige toepassing is binnen de grenzen van het arrest Sterpolis/Amicon. Dit betekent dat alleen die kosten vergoed kunnen worden die de benadeelde zelf zou hebben gemaakt. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het hof voor verdere beoordeling van de kosten aan de hand van deze maatstaf.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van art. 6:96 BW Pro op regresrechten en benadrukt het onderscheid tussen kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (sub b) en kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (sub c). Ook wordt de samenhang met sociale zekerheidswetten en eerdere jurisprudentie besproken.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het hof voor nadere beoordeling van de vergoeding van buitengerechtelijke kosten binnen het regresrecht van de werkgever.