ECLI:NL:HR:2004:AP1074
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Vergoeding buitengerechtelijke kosten werkgever na verkeersongeval en aansprakelijkheidsherstel
Een werknemer van Vormenfabriek raakte op 30 januari 1999 arbeidsongeschikt door een verkeersongeval veroorzaakt door een verzekerde van de Zwolsche Algemene Schadeverzekering N.V. De verzekeraar erkende aansprakelijkheid en betaalde schadevergoedingen aan Vormenfabriek, die het loon van de werknemer had doorbetaald.
Vormenfabriek vorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten voor juridische bijstand, welke deels werd toegewezen door de kantonrechter en rechtbank. De verzekeraar betwistte dit en stelde dat het verhaalsrecht van de werkgever op grond van art. 6:107a lid 2 BW geen zelfstandig recht op vergoeding van buitengerechtelijke kosten geeft zonder ingebrekestelling en dat de dubbele redelijkheidstoets niet was voldaan.
De Hoge Raad oordeelde dat het verhaalsrecht van de werkgever als een schadevergoedingsvordering moet worden gezien, maar dat art. 6:96 lid 2 BW Pro slechts overeenkomstig en binnen grenzen van eerdere jurisprudentie toegepast moet worden. De rechtbank had dit onjuist en zonder beperkingen toegepast. Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.