ECLI:NL:PHR:2004:AP0965
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijk recht bij bedrijfsongeval in het buitenland met Nederlandse werknemer en werkgever
In deze zaak vordert een werknemer schadevergoeding van zijn Nederlandse inlener op grond van een bedrijfsongeval dat plaatsvond in Thailand tijdens transportwerkzaamheden. De werknemer was in dienst van een Duitse werkgever en was uitgezonden naar Thailand. De vraag was welk recht van toepassing is op de vordering: Thais, Duits of Nederlands recht.
De Kantonrechter oordeelde dat Nederlands recht van toepassing is, maar wees de vordering af. De Rechtbank stelde ambtshalve vast dat Duits recht van toepassing zou zijn, omdat het ongeval nauw samenhangt met de arbeidsovereenkomst waarop Duits recht van toepassing is. De Rechtbank verwees de zaak terug om de werknemer de mogelijkheid te geven zijn vordering op Duits recht te baseren.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de Rechtbank en stelt dat de Rechtbank ten onrechte de accessoire aanknoping toepaste, omdat de betrokken partijen niet dezelfde zijn als bij de arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad benadrukt dat de lex loci delicti-regel geldt, tenzij de gevolgenuitzondering van toepassing is. Omdat zowel werknemer als inlener in Nederland gevestigd zijn, is Nederlands recht van toepassing. De zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat Nederlands recht van toepassing is op de vordering van de werknemer tegen de Nederlandse inlener en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.