ECLI:NL:PHR:2004:AO6934
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurder moet verhuurder tijdig informeren over gebreken om schadevergoeding te kunnen vorderen
In deze zaak vordert de huurder schadevergoeding van de verhuurder wegens wateroverlast die het gehuurde bedrijfsruimte onbruikbaar maakte. De wateroverlast ontstond na een zware regenval, waarbij het terrein onder water kwam te staan door ontoereikende riolering en wijzigingen aan het terrein na een verbouwing in 1993.
De kantonrechter stelde de verhuurder aansprakelijk, maar in hoger beroep oordeelde de rechtbank dat de huurder de verhuurder had moeten informeren over eerdere wateroverlast, zodat de verhuurder maatregelen had kunnen nemen. Omdat de huurder dit naliet, werd de vordering afgewezen.
De Hoge Raad bevestigt dat de verhuurder aansprakelijk is voor gebreken die het gebruik verhinderen, ook als deze onbekend waren. Echter, de huurder moet de verhuurder tijdig op de hoogte stellen van gebreken om de verhuurder de gelegenheid te geven herstelmaatregelen te treffen. Het nalaten hiervan kan op grond van redelijkheid en billijkheid leiden tot afwijzing van de schadevergoeding. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van de rechtbank.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de huurder de verhuurder tijdig moet informeren over gebreken en wijst de schadevergoeding af wegens het nalaten daarvan.