ECLI:NL:PHR:2004:AO6909
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperkte schadevergoeding bij afgebroken onderhandelingen over huurovereenkomst en samenwerking
In deze zaak stond centraal of een intentieverklaring tussen [eiseres] en Container Centralen A/S (CC) een bindende overeenkomst vormde en in welk stadium de onderhandelingen zich bevonden toen CC deze afbrak. [Eiseres], een transportonderneming, had plannen voor nieuwbouw en wilde CC als huurder en samenwerkingspartner betrekken. De intentieverklaring uit januari 1997 bevatte voorwaarden waaronder een huurovereenkomst zou worden gesloten.
De rechtbank oordeelde dat geen definitieve overeenkomst was gesloten, maar dat CC onaanvaardbaar de onderhandelingen had afgebroken en daardoor het positief contractsbelang moest vergoeden. Het hof stelde dat de onderhandelingen zich nog niet in een stadium bevonden dat een bindende overeenkomst waarschijnlijk was en beperkte de schadevergoeding tot de gemaakte kosten (negatief contractsbelang).
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de intentieverklaring slechts een tussenstap in de onderhandelingen was, mede vanwege de opschortende voorwaarden zoals de samenwerkingsovereenkomst en aankoop van grond. Het hof mocht oordelen dat de onderhandelingen niet waarschijnlijk tot een overeenkomst zouden leiden, mede gelet op de wens van CC het buitenterrein in het voorjaar van 1997 in gebruik te nemen terwijl de plannen nog niet concreet waren. De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel en bevestigt dat CC alleen gehouden is tot vergoeding van de gemaakte kosten en niet het positieve contractsbelang.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Container Centralen alleen gehouden is tot vergoeding van de door [eiseres] gemaakte kosten wegens onzorgvuldig afbreken van de onderhandelingen.