ECLI:NL:PHR:2004:AO0075
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van ambtswege van EG-recht bij voorkoming dubbele belasting en persoonsgebonden aftrekposten
De zaak betreft de vraag of de Hoge Raad verplicht is om van ambtswege het arrest van het Hof van Justitie van de EG (HvJ EG) in de zaak De Groot toe te passen, waarin is geoordeeld dat persoonsgebonden aftrekposten en de belastingvrije som niet evenredig aan het totale inkomen maar aan het binnenlandse inkomen moeten worden toegerekend bij de voorkoming van dubbele belasting. De belanghebbende, een in Nederland wonende werknemer met inkomsten uit Italië, had aftrekposten zoals lijfrentepremie, rente van schulden en premie ongevallenverzekering opgevoerd die door de fiscus volgens de oude evenredigheidsmethode waren toegerekend.
De conclusie bespreekt uitgebreid de jurisprudentie van het HvJ EG, waaronder de eisen van non-discriminatie en effectiviteit, en de plicht van nationale rechters om dwingend gemeenschapsrecht ambtshalve toe te passen. De conclusie stelt dat de Hoge Raad verplicht is het arrest De Groot toe te passen en de uitspraak van het hof te vernietigen, omdat de feiten onomstreden zijn en het geschil betrekking heeft op het vrije werknemersverkeer.
Verder wordt ingegaan op de verschillende methoden ter voorkoming van dubbele belasting, waarbij de voorkeur uitgaat naar vrijstelling aan de voet, tenzij de werkstaat wereldprogressie toepast. De conclusie bespreekt ook de interpretatie van welke aftrekposten onder de De Groot-regel vallen, waarbij wordt betoogd dat ook lijfrentepremies en persoonlijke-verplichtingenrente als persoonsgebonden aftrekposten moeten worden beschouwd.
Ten slotte wordt geconcludeerd dat de Italiaanse belastingwetgeving in 1993 geen tegemoetkomingen kende voor niet-inwoners die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse persoonsgebonden aftrekposten, zodat Nederland verplicht is deze aftrekposten volledig aan het Nederlandse inkomen toe te rekenen en in mindering te brengen op de noemer van de voorkomingsbreuk. De conclusie adviseert het cassatieberoep gegrond te verklaren, de bestreden uitspraak en uitspraak op bezwaar te vernietigen en de aanslag dienovereenkomstig te verminderen.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat persoonsgebonden aftrekposten bij voorkoming dubbele belasting volledig aan het binnenlandse inkomen moeten worden toegerekend en vernietigt de bestreden uitspraak.