ECLI:NL:PHR:2003:AN7840
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bodemvoorrecht van de ontvanger bij faillissement en fiscale boedelschulden
In deze zaak staat centraal of curatoren zich namens de ontvanger kunnen beroepen op het bodemvoorrecht tegenover stille pandhouders bij belastingvorderingen die materieel vóór maar formeel na het faillissement zijn ontstaan, en of dit voorrecht ook geldt voor fiscale boedelschulden en verhogingen van aanslagen.
De Hoge Raad bevestigt het arrest van 26 juni 1998 waarin is geoordeeld dat het bodemvoorrecht verbonden is aan de belastingvordering vanaf het moment van ontstaan, ongeacht of de aanslag al is opgelegd. Dit betekent dat het voorrecht ook kan worden ingeroepen als de aanslag pas na verkoop van de bodemzaken wordt opgelegd. De Hoge Raad verwerpt de stelling van de banken dat het voorrecht pas ontstaat na een formele aanslag.
Verder oordeelt de Raad dat het bodemvoorrecht ook geldt voor fiscale boedelschulden, dat wil zeggen vorderingen die materieel en formeel na het faillissement zijn ontstaan. Voor het geldend maken van dit voorrecht is beslaglegging op de bodemzaken vereist; aanmelding bij de curator volstaat niet. Artikel 57 lid 3 Faillissementswet Pro is niet van toepassing op boedelschuldeisers, maar alleen op faillissementsschuldeisers.
Ten aanzien van fiscale verhogingen (boetes) stelt de Hoge Raad dat deze een strafrechtelijk karakter kunnen hebben in de zin van artikel 6 EVRM Pro en dat dergelijke boetes niet op derden, zoals banken, kunnen worden verhaald via het bodemvoorrecht, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. De Raad wijst op het belang van het beschermen van derden tegen het dragen van straffen die zij niet hebben veroorzaakt.
De uitspraak bevestigt de rangorde tussen de fiscus en stille pandhouders bij faillissement en verduidelijkt de toepassing van het bodemvoorrecht bij fiscale boedelschulden en boetes.
Uitkomst: Het bodemvoorrecht geldt ook voor belastingvorderingen die materieel vóór maar formeel na faillissement zijn ontstaan en voor fiscale boedelschulden, mits door beslaglegging geldend gemaakt; fiscale boetes met strafrechtelijk karakter zijn niet op derden te verhalen.