ECLI:NL:PHR:2003:AL9069
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid betekening appèldagvaarding wegens onbekend verblijfadres verdachte
De zaak betreft de vraag of het hof terecht bij verstek heeft geoordeeld dat verdachte afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, terwijl verdachte volgens de GBA-gegevens was geëmigreerd en het OM geen onderzoek had gedaan naar een buitenlands adres.
Het hof had de appèldagvaarding betekend door uitreiking aan de griffier, omdat geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was, en had niet geprobeerd het adres in het buitenland via buitenlandse autoriteiten te achterhalen. De Hoge Raad oordeelt dat noch de wet noch jurisprudentie vereist dat het OM het laatst bekende Nederlandse adres moet gebruiken of buitenlandse instanties moet raadplegen.
Wel stelt de Hoge Raad dat navraag bij de gemeente had moeten plaatsvinden of verdachte bij vertrek naar het buitenland de benodigde adresgegevens had opgegeven, hetgeen het OM heeft nagelaten. Bovendien had het hof niet mogen aannemen dat het in de appelakte vermelde adres het feitelijke woonadres was, omdat verdachte kort daarvoor op een ander adres stond ingeschreven.
De Hoge Raad concludeert dat de betekening van de appèldagvaarding nietig is en vernietigt het bestreden arrest. Hierdoor wordt de procedure in hoger beroep opnieuw geopend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de betekening van de appèldagvaarding nietig.