ECLI:NL:PHR:2003:AL8443
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bepaling marktwaarde prestatie gemeente bij nietige exploitatieovereenkomst
In deze zaak stond centraal hoe de waarde van een prestatie van de gemeente moet worden vastgesteld wanneer een exploitatieovereenkomst nietig is verklaard. Polyproject B.V. had aan de gemeente Warmond een bedrag van f 760.000 betaald in het kader van een exploitatieovereenkomst die niet voldeed aan de exploitatieverordening. De Hoge Raad oordeelde dat de waarde van de prestatie van de gemeente, bestaande uit het bevorderen van de herziening van het bestemmingsplan, moet worden bepaald volgens art. 6:210 lid 2 BW Pro, waarbij de marktwaarde als uitgangspunt geldt.
Het hof had de waarde van de prestatie vastgesteld op het bedrag dat partijen in hun onderhandelingen hadden begroot (f 760.000), omdat er geen andere en betere gegevens waren. Dit oordeel werd door de Hoge Raad niet onbegrijpelijk geacht. De Hoge Raad benadrukte dat de exploitatieverordening weliswaar een berekeningswijze voorschrijft, maar dat deze niet zonder meer de marktwaarde bepaalt. De waarde van de prestatie kan in beginsel niet hoger zijn dan het bedrag dat de gemeente met inachtneming van de exploitatieverordening had mogen bedingen, maar hiervoor moet wel voldoende bewijs worden aangevoerd.
De Hoge Raad verwierp de klachten van Polyproject dat het hof buiten de rechtsstrijd was getreden en dat het de verkeerde maatstaf had gehanteerd. De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep. Hiermee is bevestigd dat bij ongedaanmaking van een overeenkomst de vergoeding van een naar haar aard niet ongedaan te maken prestatie wordt bepaald op de marktwaarde, waarbij de overeengekomen prijs kan gelden als praktische maatstaf.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Polyproject wordt verworpen; de waarde van de gemeentelijke prestatie wordt vastgesteld op de overeengekomen prijs.