ECLI:NL:PHR:2003:AL7035
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling en waardering van voormalige echtelijke woning bij ontbinding huwelijksgemeenschap
Partijen, voormalige echtgenoten, zijn in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en na hun echtscheiding ontstond een geschil over de verdeling en waardering van de voormalige echtelijke woning waarop nog een hypotheek rustte.
De vrouw vorderde betaling van de helft van de overwaarde van de woning, terwijl de man stelde dat de peildatum voor waardering het moment van haar vertrek uit de woning moest zijn. Diverse taxatierapporten en deskundigenonderzoeken werden overgelegd, waarbij de waarderingen uiteenliepen. De rechtbank wees de woning toe aan de man tegen een bepaalde waarde en veroordeelde hem tot betaling van de helft van die waarde minus hypotheeklasten.
In hoger beroep stelde de vrouw primair de onderhandse verkoop van de woning en subsidiair toedeling aan haar onder betaling van de helft van de overwaarde. Het hof bepaalde dat de peildatum voor waardering de datum van het eindarrest in hoger beroep was, tenzij uit redelijkheid en billijkheid iets anders volgde. Het hof wees een nieuw deskundigenonderzoek toe en oordeelde dat geen feiten waren aangevoerd die een andere peildatum rechtvaardigden.
De man stelde dat inmiddels uitvoering was gegeven aan de toedelingsbeslissing door levering van de woning en betaling van de overwaarde, wat het hof onvoldoende had meegewogen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door dit niet te betrekken en vernietigt het arrest, verwijzend voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling vanwege onjuiste rechtsopvatting over de peildatum na uitvoering van de toedelingsbeslissing.