ECLI:NL:PHR:2003:AJ3261
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek bijzondere curator tot ontkenning vaderschap minderjarige
In deze zaak ging het om de vraag of de bijzondere curator van een minderjarige namens het kind een verzoek tot ontkenning van het vaderschap kon indienen, zonder te wachten tot het kind zelf voldoende geestelijke rijpheid had bereikt om hierover een eigen oordeel te vormen.
De feiten betroffen een zoon geboren in 1998 binnen een huwelijk dat kort daarna werd ontbonden. De moeder had een affectieve relatie met een andere man die de biologische vader was van het kind. De moeder had het vaderschap van de wettige vader niet binnen de wettelijke termijn ontkend. De bijzondere curator diende namens het kind een verzoek in tot ontkenning van het vaderschap, maar de rechtbank verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk omdat het kind jonger was dan 12 jaar en het verzoek niet berustte op een weloverwogen beslissing van het kind.
Het hof bekrachtigde deze beslissing, maar de bijzondere curator stelde cassatie in. De Hoge Raad oordeelde dat de wet het indienen van een verzoek tot ontkenning door de bijzondere curator toestaat, ook voor kinderen die nog niet de leeftijd des onderscheids hebben bereikt, mits dit in het belang van het kind is. Het belang van het kind weegt zwaarder dan de leeftijdsgrens van 12 jaar. De Hoge Raad vernietigde de beslissingen van rechtbank en hof en wees het verzoek toe.
Uitkomst: Het verzoek van de bijzondere curator tot ontkenning van het vaderschap wordt toegewezen, ook zonder dat het kind de leeftijd des onderscheids heeft bereikt.