ECLI:NL:RBUTR:2001:AB2235
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H.C. van Ginhoven
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap geweigerd wegens niet-ontvankelijkheid verzoek moeder
De rechtbank Utrecht behandelde het verzoek van de moeder, als wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kind, tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van haar overleden ex-echtgenoot. Het kind is geboren binnen 306 dagen na het overlijden van de ex-echtgenoot, waardoor deze juridisch als vader geldt. De moeder deed het verzoek op grond van het overgangsrecht, maar de wettelijke termijnen voor het indienen van een dergelijk verzoek waren reeds verstreken.
De bijzondere curator ondersteunde het verzoek, omdat de huidige echtgenoot het kind wenst te erkennen en het in het belang van het kind is dat de juridische situatie wordt aangepast aan de feitelijke omstandigheden. De rechtbank overwoog echter dat het kind van zeven jaar niet in staat is zijn belangen in deze zaak redelijk te waarderen en niet op de hoogte is van het feit dat zijn ex-echtgenoot juridisch zijn vader is.
De rechtbank concludeerde dat de moeder het verzoek niet namens het kind kan doen zonder dat het kind materieel de verzoeker is en dat het verzoek daarom niet-ontvankelijk is. De wettelijke termijnen voor het indienen van een ontkenningsverzoek zijn verstreken, en de wetgever heeft niet voorzien in een onbeperkte mogelijkheid voor de moeder om na deze termijnen alsnog een dergelijk verzoek in te dienen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzoek van de moeder tot ontkenning van het vaderschap niet-ontvankelijk wegens het verstrijken van de wettelijke termijnen en het ontbreken van materieel belang van het kind.