ECLI:NL:PHR:2003:AJ0498
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vorderingen wegens nietigheid kredietovereenkomsten en onrechtmatig handelen bank
Eiser, voormalig ondernemer, stelde dat diverse kredietovereenkomsten en zekerheidsstellingen door zijn ouders nietig of vernietigbaar waren wegens psychische stoornis, dwaling, misbruik van omstandigheden en het ontbreken van toestemming en volmacht. Tevens betoogde hij dat de bank wanprestatie had gepleegd door het niet verlengen van een terugkoopgarantie en door het dreigen met en doen van aangifte wegens bedrieglijke bankbreuk.
Het hof wees deze vorderingen af, stellende dat eiser niet als mede-erfgenaam mocht procederen in hoger beroep en dat de bank niet onzorgvuldig had gehandeld. Ook oordeelde het hof dat het dreigen met aangifte niet onrechtmatig was, aangezien de bank redelijkerwijs kon menen dat sprake was van een strafbaar feit.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst onder meer op de beperkingen in het wijzigen van de hoedanigheid van eiser tijdens de procedure, de aansprakelijkheid van vennoten ondanks onbevoegdheid, en het ontbreken van voldoende bewijs voor onrechtmatig handelen van de bank. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vorderingen tegen de bank afgewezen.