ECLI:NL:PHR:2003:AF9452
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over pandrecht en aansprakelijkheid bij inklaring van suikerzendingen
In deze zaak stond centraal of Fortis Bank, als pandhouder van ingeklaarde suikerzendingen, jegens de douane-expediteur Europa West-Indië Lijnen (EWL) kon optreden en aansprakelijk kon worden gesteld voor douanerechten.
De suikerzendingen waren afkomstig van Caribbean Sugar Industries en vervoerd door EWL. Fortis had een bezitloos pandrecht op de goederen, maar er waren ordercognossementen afgegeven aan derden. EWL had opdracht tot inklaring gekregen van de importeur, die failliet was. De Belastingdienst stelde de douane-expediteur aansprakelijk voor de rechten.
De Hoge Raad bevestigde dat een bezitloos pandrecht geen effect heeft tegen de vervoerder en de houder van de cognossementen als orderpapier. Fortis had haar pandrecht niet uitgeoefend als bedoeld in art. 3:237 lid 3 BW Pro en kon niet als opdrachtgeefster van EWL worden beschouwd. Het beroep op ongerechtvaardigde verrijking werd afgewezen omdat dit niet was aangevoerd in de lagere instanties en het goederenrechtelijke zekerheidsstelsel dit niet ondersteunt.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bekrachtigde het oordeel dat Fortis niet aansprakelijk was voor de douaneschuld van EWL.
Uitkomst: Het cassatieberoep van EWL wordt verworpen; Fortis is niet aansprakelijk voor de douanerechten.