ECLI:NL:PHR:2003:AF8670
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling medeplegen invoer heroïne ondanks onregelmatigheden in bewijsbeheer
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het verbod op invoer van heroïne. De Hoge Raad behandelt vijf middelen van cassatie, waaronder klachten over schending van de redelijke termijn, niet-ontvankelijkheid van het OM wegens vernietiging van inbeslaggenomen drugs, onthouding van dossierinzage, en de strafoplegging.
De Hoge Raad oordeelt dat de overschrijding van de cassatietermijn tot strafvermindering moet leiden, maar niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM. De vernietiging van de inbeslaggenomen drugs en verpakkingen wordt erkend als onregelmatig, maar niet met de intentie om de verdediging te benadelen, zodat dit geen grond vormt voor niet-ontvankelijkheid. Daarnaast faalt het middel dat stelt dat de verdediging geen volledige dossierinzage kreeg, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat dit de verdediging heeft geschaad.
Het hof heeft het opzet van verdachte voldoende gemotiveerd en het verweer dat opzet ontbrak verworpen. De straf van 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 voorwaardelijk, wordt passend geacht gezien de ernst van het feit en de eerdere veroordelingen van verdachte. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep, behalve dat de straf wordt verlaagd wegens de termijnoverschrijding.
Uitkomst: De veroordeling van verdachte voor medeplegen invoer heroïne wordt bevestigd, met strafvermindering wegens termijnoverschrijding.