ECLI:NL:PHR:2003:AF8525
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over berekening aftrekwinst vaste inrichting bij inflatie en valutakoerswijzigingen
De zaak betreft het cassatieberoep van X NV tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake de aanslag vennootschapsbelasting over 1993, waarin het bankfiliaal te Sao Paulo als vaste inrichting werd aangemerkt. Het geschil spitst zich toe op de wijze van berekening van de aftrekwinst, mede in het licht van de hyperinflatie in Brazilië en de daaruit voortvloeiende monetaire correcties.
Het Hof oordeelde dat de aftrekwinst in de Braziliaanse valuta, gecorrigeerd voor inflatie volgens fiscale voorschriften, moet worden berekend en omgerekend tegen een gewogen gemiddelde koers, waarmee het verschil tussen aftrekwinst en bijdragewinst werd verklaard. De inspecteur had de aftrekwinst gecorrigeerd met toepassing van Braziliaanse monetaire correcties, hetgeen door het Hof werd bevestigd.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de rechtsregels omtrent de berekening van aftrekwinst en bijdragewinst, verwijzend naar de roepiah-arresten en de zelfstandigheidsfictie. De spiegelbeeldgedachte houdt in dat de winst van een vaste inrichting wordt berekend alsof deze een zelfstandige onderneming is, waarbij de winst in de situsmunt wordt bepaald en daarna omgerekend naar Nederlandse guldens. De Hoge Raad bevestigt dat valutakoersresultaten die niet voortkomen uit de activiteiten van de vaste inrichting niet tot de aftrekwinst behoren en dat de aftrekwinst volgens Nederlands recht berekend moet worden, ook bij toepassing van functionele valuta.
De Hoge Raad behandelt ook de problematiek van de situsmunt, waarbij onder omstandigheden een fiscale rekeneenheid of een andere courante valuta dan het wettige betaalmiddel als situsmunt kan gelden. Tevens wordt de keuze van de omrekenkoers besproken, waarbij de gemiddelde jaarkoers als pragmatisch juiste methode wordt aanbevolen, met de mogelijkheid voor de belastingplichtige om te kiezen voor omrekening op transactiebasis.
Ten slotte wordt geconcludeerd dat het oordeel van het Hof over de monetaire correctie onvoldoende gemotiveerd is, waardoor bepaalde middelen in cassatie slagen. De zaak wordt terugverwezen voor nadere motivering en beslissing over de toepassing van de monetaire correcties.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd voor zover het de toepassing van monetaire correcties betreft en de zaak wordt terugverwezen voor nadere motivering en beslissing.