ECLI:NL:PHR:2003:AF8266
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid arbiter en wijst cassatieberoep af in geschil over architectenovereenkomst
Eiser en verweerder sloten op 23 december 1994 een overeenkomst waarbij verweerder een bouwproject zou uitvoeren. Het geschil over nakoming werd voorgelegd aan een arbiter, die verweerder een bedrag toekende. Eiser stelde dat hij de overeenkomst niet had gesloten indien hij had geweten dat verweerder niet als architect geregistreerd stond en dat hij was misleid door bedrog of dwaling.
De rechtbank wees het verzoek tot vernietiging van het arbitrale vonnis af en oordeelde dat de arbiter bevoegd was om over zijn eigen bevoegdheid te oordelen. Het hof bekrachtigde dit vonnis en verwierp de grieven van eiser, waaronder het gebrek aan motivering en strijd met de openbare orde.
In cassatie betoogde eiser onder meer dat het arbitrale vonnis onvoldoende was gemotiveerd en dat het vonnis in strijd was met de Wet op de Architectentitel en het EVRM. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat het arbitrale vonnis voldoende was gemotiveerd en dat eiser vrijwillig de rechtsmacht van de arbiter had aanvaard. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest dat het arbitrale vonnis bekrachtigt blijft van kracht.