ECLI:NL:PHR:2003:AF7310
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitlevering ondanks betwisting bewijsrechtmatigheid en rechtsmacht Italië
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon aan Italië wegens betrokkenheid bij drugshandel. De verdediging voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen door het ontbreken van een wettelijke grondslag voor telefoontaps in Nederland, en dat Italië geen rechtsmacht zou hebben omdat de feiten deels in Nederland zouden zijn gepleegd.
De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat de Nederlandse uitleveringsrechter niet de rechtmatigheid van bewijs in de verzoekende staat hoeft te toetsen, tenzij er een ernstig vermoeden bestaat van flagrante schending van EVRM-rechten. Dit vermoeden was niet aannemelijk gemaakt. Ook werd geoordeeld dat de rechtsmacht van Italië niet uitgesloten is door de vermeende Nederlandse pleegplaatsen van de feiten.
Daarnaast werd vastgesteld dat de rechtbank had nagelaten een beslissing te nemen over de inbeslaggenomen voorwerpen, terwijl de verzoekende staat overdracht daarvan had gevraagd. De Hoge Raad vernietigde dit onderdeel van het vonnis en bepaalde dat de inbeslaggenomen voorwerpen aan Italië moeten worden uitgeleverd.
De Hoge Raad verwierp verder de overige middelen van cassatie en bevestigde daarmee de uitlevering en de beoordeling van de rechtbank. De uitspraak verduidelijkt het vertrouwen dat de Nederlandse rechter moet hebben in de naleving van EVRM door de verzoekende staat en de beperkte toetsingsbevoegdheid bij uitleveringsverzoeken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de uitlevering aan Italië en beveelt de uitgifte van inbeslaggenomen voorwerpen.