ECLI:NL:PHR:2003:AF5891
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vergoeding verzorgingskosten bij intensieve thuishulp in asbestzaak
De zaak betreft de vraag of de echtgenote van een overleden asbestslachtoffer vergoeding kan vorderen voor de intensieve verzorging die zij gedurende de laatste zes weken van zijn leven thuis heeft verleend. De werkgever van het slachtoffer, Wilton-Feijenoord, erkende aansprakelijkheid voor de ziekte, maar betwistte de vergoeding van verzorgingskosten omdat het maatschappelijk gebruikelijk is dat partners elkaar onbetaald verzorgen.
De kantonrechter kende de vergoeding toe, maar de rechtbank vernietigde dit vonnis en wees de vordering af. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verduidelijkt dat vergoeding van verzorgingskosten alleen aan de orde is als de verzorging vanwege haar aard eigenlijk door professionele hulpverleners had moeten worden verricht, maar om bijzondere redenen door de partner is gedaan. Dit is in casu niet het geval, ook al was de verzorging intensief en langdurig.
De Hoge Raad benadrukt dat de ouders of echtgenoten die op redelijke gronden zelf de noodzakelijke verzorging op zich nemen, in natura voldoen aan de verplichting die primair op de aansprakelijke rust. De rechter kan de schade abstract begroten, maar zal geen vergoeding toekennen als het gaat om verzorging die zonder meer verantwoord is om door de partner te laten verrichten. Daarnaast bespreekt de Hoge Raad de overgangsrechtelijke aspecten en de maatschappelijke en juridische context van dergelijke vorderingen, waarbij terughoudendheid wordt aanbevolen.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van verzorgingskosten door de echtgenote wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan het vereiste dat professionele hulp noodzakelijk was maar door de partner is verleend.