ECLI:NL:PHR:2003:AF4637
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over wijziging bijdrage levensonderhoud na echtscheiding en draagkrachtbeoordeling
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van de bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw door de man na hun echtscheiding. De man had meerdere verzoeken ingediend om de alimentatie te verlagen, onder meer vanwege gewijzigde omstandigheden zoals zijn echtscheiding van een tweede echtgenote en de daaruit voortvloeiende woonlasten.
Het hof oordeelde dat de echtscheiding van de man met zijn tweede echtgenote een wijziging in omstandigheden vormde die een hernieuwde beoordeling van zijn draagkracht rechtvaardigde. Het hof hield rekening met de voorgenomen verkoop van de voormalige echtelijke woning en de daarbij behorende overwaarde, en stelde de draagkracht van de man vast met een redelijke woonlast vanaf 1 maart 2002.
De man stelde in cassatie dat het hof ten onrechte geen rekening had gehouden met de woonlasten zolang de woning nog niet was verkocht en dat de motivering van het hof over de woonlasten onvoldoende was. De Hoge Raad concludeert dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het bedrag van ƒ 1.000,- per maand als redelijke woonlast vanaf 1 maart 2002 werd aangenomen, en dat het oordeel over de draagkracht onvoldoende inzichtelijk is. Daarom wordt het arrest vernietigd en verwezen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering over de draagkracht en woonlasten, en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.