ECLI:NL:PHR:2003:AF4607
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitzendrechten voetbalwedstrijden toekomen aan thuisspelende clubs en niet aan KNVB
In deze zaak staat centraal wie de uitzendrechten van voetbalwedstrijden in de KNVB-competitie toekomen: de KNVB of de thuisspelende clubs zoals Feyenoord. De KNVB stelde aanspraak te maken op medegerechtigdheid tot deze rechten, mede op grond van haar organiserende rol en statutaire bepalingen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de uitzendrechten primair aan de thuisspelende clubs toekomen, omdat zij organisatorisch en financieel verantwoordelijk zijn voor de thuiswedstrijden en het economisch risico dragen. De KNVB heeft slechts een faciliterende rol en kan zich niet beroepen op een eigen recht op de uitzendrechten. De statutaire bepalingen die de KNVB een exclusief verkooprecht toekennen, werden nietig verklaard wegens strijd met het mededingingsrecht.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en verduidelijkt dat het arrest uit 1987 (KNVB/NOS) geen gezag van gewijsde heeft tussen KNVB en clubs en dat de bescherming van uitzendrechten is gebaseerd op het eigendoms- of gebruiksrecht van het stadion (het huisrecht). De KNVB kan niet aanspraak maken op een zogeheten éénlijnsprestatie die intellectuele eigendomsrechten rechtvaardigt. De KNVB en clubs kunnen onderling afspraken maken over verdeling van inkomsten, maar de uitzendrechten blijven primair bij de thuisspelende clubs.
De Hoge Raad wijst ook op de terughoudendheid bij het erkennen van prestatiebescherming in de sport en bevestigt dat uitzendrechten geen absolute intellectuele eigendomsrechten zijn. De uitspraak bevestigt de positie van thuisspelende clubs als rechthebbenden van uitzendrechten en beperkt de rol van de KNVB tot die van organisator zonder eigen uitzendrechten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de uitzendrechten primair toekomen aan de thuisspelende clubs en niet aan de KNVB.