ECLI:NL:PHR:2003:AF4287
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest mishandeling met bierglas wegens gebrek aan nadere motivering voorwaardelijk opzet
Verzoekster werd door het hof Leeuwarden veroordeeld wegens mishandeling waarbij zij een slachtoffer met een bierglas in het gezicht raakte, wat leidde tot zwaar lichamelijk letsel. Het hof stelde vast dat verzoekster willens en wetens de aanmerkelijke kans had aanvaard dat het slachtoffer zou worden geraakt en verwond, en sprak haar daarop vrij voor de vordering van het slachtoffer wegens diens medeschuld.
De Hoge Raad onderzocht of het bewezenverklaarde voorwaardelijk opzet voldoende was gemotiveerd. Daarbij werd het onderscheid tussen voorwaardelijk opzet en culpa besproken, waarbij voorwaardelijk opzet zowel een kenniselement als een wilselement vereist. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het leeggooien van een glas bier over de schouder in de richting van het slachtoffer het willens en wetens aanvaarden van de aanmerkelijke kans op letsel inhield.
Verder werd overwogen dat de gedraging op zichzelf geen intrinsieke finaliteit tot letsel toebrengen bevatte en dat de verklaring van verzoekster erop wees dat zij slechts bier wilde teruggooien. Ook het feit dat het slachtoffer zich naar verzoekster toe bewoog, maakte het treffen plausibel zonder dat sprake was van opzet. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting.
Daarnaast werd een formeel middel over de bevoegdheid van de raadsheren verworpen, en een klacht van de benadeelde partij over niet-ontvankelijkheid werd niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een advocaat in het proces.
Uitkomst: Het arrest van het hof Leeuwarden wordt vernietigd wegens gebrek aan nadere motivering van voorwaardelijk opzet en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.