ECLI:NL:HR:2001:AD3986
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Nietig ontslag wegens schending wederindiensttredingsvoorwaarde na ontslagvergunning
Verweerder trad in december 1990 in dienst bij eiseres. Vanwege teruglopende orderportefeuille vroeg eiseres in december 1993 een ontslagvergunning aan bij de Regionaal Directeur Arbeidsvoorziening (RDA), die in februari 1994 toestemming verleende onder de voorwaarde dat binnen zes maanden na beëindiging van het dienstverband geen werknemer voor dezelfde werkzaamheden mocht worden aangenomen voordat verweerder de gelegenheid had gekregen zijn werkzaamheden te hervatten.
Na ziekte en non-actiefstelling beëindigde eiseres het dienstverband per 1 mei 1994. Kort daarvoor nam zij een nieuwe werknemer in dienst, wat verweerder aanvoerde als schending van de voorwaarde uit de ontslagvergunning en daardoor nietigheid van het ontslag.
De Kantonrechter en Rechtbank bevestigden de nietigheid van het ontslag en veroordeelden eiseres tot doorbetaling van salaris, inclusief wettelijke verhogingen en rente. De Hoge Raad oordeelde dat de voorwaarde uit de ontslagvergunning geldig was en dat de schending daarvan het ontslag nietig maakte. Het beroep van eiseres werd verworpen en zij werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het ontslag van verweerder is nietig verklaard wegens schending van de voorwaarde uit de ontslagvergunning en eiseres is veroordeeld tot doorbetaling van loon.