ECLI:NL:PHR:2003:AF1307
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over recht op wachtgeld na ontbinding arbeidsovereenkomst wegens vertrouwensbreuk
De zaak betreft een geschil tussen [verweerster], voormalig gespecialiseerd gezinsverzorgster, en Stichting Thuiszorg Centraal Twente (TCT) over het recht op wachtgeld na ontbinding van haar arbeidsovereenkomst wegens een vertrouwensbreuk die door de kantonrechter werd toegeschreven aan fraude. Hoewel de rechtbank en het hof de ontbinding bevestigden, werd in een vervolgprocedure vastgesteld dat fraude niet was bewezen.
[Verweerster] vorderde betaling van wachtgeld op grond van art. 87 lid 1 van Pro de CAO Thuiszorg, die wachtgeld toekent bij ontslag wegens vermindering van werkzaamheden, reorganisatie of onbekwaamheid zonder schuld. TCT betwistte dit, stellende dat ontbinding wegens vertrouwensbreuk niet onder de CAO-bepaling valt en dat de ontbinding niet wegens onbekwaamheid was.
De Hoge Raad bevestigt dat art. 87 lid 1 CAO Pro limitatief is en ziet geen grond voor uitbreiding naar gevallen van ontbinding wegens vertrouwensbreuk. De feitelijke reden van ontbinding is doorslaggevend voor het recht op wachtgeld. Omdat de ontbinding niet op onbekwaamheid berustte, bestaat geen aanspraak op wachtgeld. De Hoge Raad wijst op de maatschappelijke problematiek van de ontbindingsprocedure en roept op tot wetswijziging, maar acht zichzelf niet bevoegd de zaak anders te beslissen.
De vordering van [verweerster] wordt afgewezen, ondanks dat TCT niet het bewijs van fraude heeft geleverd. De Hoge Raad benadrukt dat de huidige wettelijke regeling werknemers in soortgelijke situaties onvoldoende beschermt en dat dit een taak voor de wetgever is.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vordering tot wachtgeld af omdat de ontbinding niet op onbekwaamheid zonder schuld was gebaseerd.