ECLI:NL:PHR:2003:AD9713
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van interne compensatie bij belastingaanslag in bezwaar- en beroepsfase
De zaak betreft een geschil tussen een belastingadviseur en de Staatssecretaris van Financiën over de toepassing van interne compensatie bij de afdoening van een bezwaarschrift tegen een belastingaanslag over het jaar 1993.
De belanghebbende had in zijn aangifte geen privégebruik van een auto opgenomen, wat door de inspecteur werd gecorrigeerd. Daarnaast werden aftrekposten zoals representatiekosten en premies arbeidsongeschiktheidsverzekering aanvankelijk aanvaard, maar later in bezwaar alsnog gecorrigeerd. De belanghebbende stelde dat deze correcties in bezwaar niet toegestaan waren omdat de posten reeds bij de aanslagregeling waren aanvaard.
De Hoge Raad overweegt uitgebreid de jurisprudentie en literatuur over interne compensatie, de parlementaire geschiedenis van de Awb-artikelen 7:11 en 8:69, en de verhouding tot beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel. De conclusie is dat interne compensatie ook onder de Awb nog steeds toelaatbaar is, mits het nettobedrag van de aanslag niet hoger wordt vastgesteld dan bij de oorspronkelijke aanslagregeling.
De Hoge Raad benadrukt dat de inspecteur niet gebonden is aan de door belanghebbende bestreden elementen alleen, maar ook andere elementen van de aanslag mag betrekken, mits rekening wordt gehouden met de processuele belangen van de belastingplichtige. Het geschil wordt opgevat als de vraag of de aanslag in het licht van alle aangevoerde feiten en rechtsgronden terecht is vastgesteld.
Ten aanzien van het proceskostenverweer oordeelt de Hoge Raad dat het Hof terecht geen proceskostenvergoeding toekende omdat de belanghebbende onvoldoende medewerking had verleend aan informatieverzoeken van de inspecteur.
Tot slot vergelijkt de conclusie de fiscale interne compensatie met het burgerlijk en strafprocesrecht, waar wijziging van de grondslag van het geschil tijdens de procedure mogelijk is, mits de goede procesorde wordt gehandhaafd. De Hoge Raad acht de invoering van de Awb niet in strijd met de bestaande jurisprudentie over interne compensatie en bevestigt dat de bewijslast voor correcties bij interne compensatie in beginsel bij de fiscus ligt.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de toelaatbaarheid van interne compensatie onder de Awb.