ECLI:NL:PHR:2007:BB7940
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over toepassing fraus legis bij renteaftrek en belastingheffing houdstermaatschappijen
Deze zaak betreft zes fiscale procedures over de aftrekbaarheid van rente op intraconcernleningen binnen een concern dat autodealerships exploiteert. De moedermaatschappij verplaatste haar werkelijke leiding naar de Nederlandse Antillen en richtte een Arubaanse vennootschap op, waarin zij haar vordering op een Nederlandse dochtermaatschappij inbracht. De Inspecteur weigerde renteaftrek wegens toepassing van fraus legis, omdat de transacties primair waren gericht op belastingverijdeling.
Het Hof oordeelde dat de omzetting van dividend in rentedragende schuld geen zakelijk doel diende en dat de renteaftrek geweigerd mocht worden. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat art. 25 van Pro de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK) niet van toepassing is op houdstermaatschappijen die een actieve onderneming drijven. Ook de stelling dat de rente op de lening redelijk werd belast in het buitenland wordt verworpen, omdat de belastingdruk te laag is.
De Hoge Raad beveelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen aan over de reikwijdte van het vrije kapitaalverkeer en de rechtmatigheid van de renteaftrekweigering in het licht van het EG-recht. Daarnaast behandelt het arrest diverse geschilpunten over de hoogte van het rentepercentage, de assurantiereserve en de bewijslastverdeling. De klachten van de belanghebbenden worden grotendeels verworpen, behalve de klacht over de vrijval van de assurantiereserve in 1996, die slaagt.
Uitkomst: De renteaftrek wordt geweigerd wegens fraus legis; art. 25 BRK is niet van toepassing; prejudiciële vragen over vrije kapitaalverkeer worden aanbevolen.