ECLI:NL:PHR:2002:AE5651
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen gewoonteheling en deelname criminele organisatie met vernietiging en verwijzing
De zaak betreft de cassatie tegen een arrest van het hof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van gewoonteheling en valsheid in geschrift. Het hof baseerde zijn oordeel op bewijsmiddelen waaronder verklaringen, afgeluisterde gesprekken en informatie van opsporingsdiensten, waaruit bleek dat verdachte en medeverdachten grote geldbedragen wisselden waarvan zij wisten dat die afkomstig waren van misdrijf, met name drugshandel.
De verdediging voerde onder meer aan dat niet bewezen kon worden dat verdachte wist dat het geld van misdrijf afkomstig was en dat er geen vergunning was voor het wisselkantoor. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte wetenschap had van de criminele herkomst van het geld en dat deelname aan een criminele organisatie niet vereist dat verdachte van alle concrete misdrijven op de hoogte was.
Echter, de Hoge Raad constateert een kennelijke omissie in de bewijsvoering omtrent het ontbreken van een vergunning van De Nederlandsche Bank en vernietigt het arrest voor zover het feit 3 betreft. De zaak wordt verwezen naar het hof te 's-Gravenhage voor hernieuwde behandeling. De overige middelen worden verworpen en het beroep wordt grotendeels afgewezen.
Uitkomst: Arrest gedeeltelijk vernietigd en zaak verwezen voor hernieuwde behandeling; verdachte veroordeeld voor medeplegen gewoonteheling en deelname aan criminele organisatie.