ECLI:NL:PHR:2002:AE5299
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering renteaftrek bij fiscale zetelverplaatsing en antifiscale structuur
Deze zaak betreft de aftrekbaarheid van rente op een lening die is ontstaan bij het binnengroeps verhangen van vennootschappen, waarbij de schuldeiser 21 maanden later haar fiscale zetel naar Curaçao verplaatste. De belanghebbende, X BV, kocht aandelen in dochtermaatschappijen van B BV en bleef schuldig aan B BV voor de aankoop. De lening werd deels afgelost, maar de rente over het tijdvak na de zetelverplaatsing werd door de Inspecteur niet in aftrek toegelaten.
Het Hof oordeelde dat de rechtshandelingen onderdeel waren van een samenstel met als doel een fiscaal voordelige structuur te creëren, waarbij de lening niet noodzakelijk was voor de herstructurering en de renteaftrek strijdig was met doel en strekking van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte de samenhang tussen de reorganisatie en de zetelverplaatsing aannam en dat de lening wel noodzakelijk was.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof. Hij oordeelde dat de samenhang tussen de verhanging, de lening en de latere zetelverplaatsing terecht was aangenomen, ook al bestond op het moment van de lening nog geen volledige zekerheid over de verplaatsing. De renteaftrek mocht worden geweigerd omdat de lening niet diende tot financiering van de onderneming en de belastingheffing op Curaçao niet als redelijk kon worden aangemerkt. De Hoge Raad concludeerde dat sprake was van fraus legis en dat het cassatieberoep ongegrond is.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de weigering van renteaftrek vanaf de datum van fiscale zetelverplaatsing.