ECLI:NL:PHR:2002:AE4555
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor onrechtmatige daad jegens schuldeisers van vennootschap
De zaak betreft een cassatieberoep van een voormalig werknemer tegen een bestuurder-grootaandeelhouder van een vennootschap die belastingfraude pleegde. De vennootschap kreeg naheffingsaanslagen en werd geconfronteerd met executoriaal beslag. De werknemer had een arbeidsovereenkomst die werd ontbonden met een vergoeding die niet werd betaald.
De werknemer vorderde schadevergoeding van de bestuurder wegens onrechtmatig handelen, onder meer omdat de bestuurder onvoldoende voorzieningen had getroffen om de gevolgen van de belastingfraude op te vangen, waardoor de vennootschap haar schuldeisers niet kon voldoen.
De rechtbank en het hof verwierpen deze vorderingen, stellende dat de belastingfraude een geschil is tussen vennootschap en fiscus, en dat onvoldoende is gesteld dat de bestuurder persoonlijk aansprakelijk is. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder slechts aan de orde is bij ernstige verwijten en bijzondere omstandigheden, die hier niet zijn gesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk is voor de onbetaalde vergoeding en gevolgen van belastingfraude jegens schuldeisers.