ECLI:NL:PHR:2002:AD9610
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens overleggen vervalst registratiebewijs psychotherapeut
De werknemer trad in november 1996 in dienst als programma-manager en werd aanvankelijk ingeschaald in FWG 65. Hij overhandigde in juni 1997 een zelf opgesteld bewijs van registratie als psychotherapeut om in FWG 70 te worden ingeschaald. Navraag bij het ministerie wees uit dat hij niet geregistreerd stond. De werkgever ontsloeg hem daarop op staande voet wegens bedrog.
De werknemer betwistte het ontslag en voerde onder meer aan dat hij onder invloed van een waanstoornis handelde en dat het ontslag disproportioneel was. Zowel de kantonrechter als de rechtbank wezen zijn vorderingen af. De rechtbank stelde dat het overleggen van het vervalste bewijs een dringende reden was en dat het vertrouwen ernstig was geschaad.
In cassatie voerde de werknemer aan dat het ontslag onterecht was omdat het bedrog hem niet kon worden verweten. De Hoge Raad bevestigde dat verwijtbaarheid niet vereist is voor ontslag op staande voet en dat de feitenrechter de omstandigheden moet afwegen. De rechtbank had dit zorgvuldig gedaan en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens het overleggen van een vervalst registratiebewijs werd door de Hoge Raad bevestigd.