ECLI:NL:HR:2000:AA4436
Hoge Raad
- Cassatie
- Roelvink
- Heemskerk
- Herrmann
- Hammerstein
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt ontslag op staande voet wegens verduistering en verwijst zaak terug
De ex-werknemer was sinds 1960 in dienst van Hema en had een beëindigingsovereenkomst gesloten met een einddatum in september 1995. Op zijn laatste werkdag werd vastgesteld dat hij zonder toestemming twee flessen motorolie had meegenomen. Hema sprak daarop ontslag op staande voet uit wegens verduistering.
De kantonrechter verklaarde het ontslag nietig wegens niet-onverwijlde mededeling van de dringende reden, maar ontbond de arbeidsovereenkomst later wegens toerekenbare tekortkomingen van de werknemer. De rechtbank vernietigde dit vonnis en oordeelde dat het ontslag rechtsgeldig was en dat Hema niet gehouden was tot nakoming van de beëindigingsovereenkomst.
De Hoge Raad stelde vast dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd of rekening was gehouden met persoonlijke omstandigheden van de werknemer en de gevolgen van het ontslag. Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing.
De Hoge Raad benadrukte dat bij ontslag op staande voet de dringende reden onverwijld moet worden medegedeeld en dat alle omstandigheden, waaronder persoonlijke gevolgen voor de werknemer, moeten worden meegewogen.
De zaak betreft een belangrijke toetsing van de voorwaarden voor ontslag op staande voet en de zorgvuldigheid die daarbij vereist is.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is vernietigd en de zaak is verwezen voor verdere behandeling.