ECLI:NL:PHR:2002:AD9609
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onrechtmatigheid van observatie en afgifte van bewijs in letselschadezaak
In deze zaak vordert eiser, slachtoffer van een aanrijding, dat de verzekeraar Aegon wordt verboden verdere observaties uit te voeren en dat al het verzamelde foto- en videomateriaal aan hem wordt afgegeven dan wel vernietigd. Eiser stelt dat deze observaties onrechtmatig zijn en inbreuk maken op zijn privacy, met een beroep op art. 8 EVRM Pro en de Wet persoonsregistraties.
De rechtbank en het hof wijzen de voorlopige voorzieningen af, omdat niet aannemelijk is dat Aegon onrechtmatig heeft gehandeld en de beoordeling van de rechtmatigheid van het bewijsgebruik aan de bodemrechter toekomt. Het hof overweegt dat het recht op privacy geen absoluut recht is en dat de omstandigheden van het geval bepalend zijn.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad benadrukt dat het Nederlandse procesrecht geen exhibitieplicht kent en dat de Wet persoonsregistraties geen verbod inhoudt voor Aegon om over het verzamelde materiaal te beschikken. De zaak is niet vatbaar voor beoordeling in kort geding, en de afweging van belangen en bewijsgebruik dient in de bodemprocedure plaats te vinden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof dat de vorderingen van eiser afwijst, wordt bevestigd.