ECLI:NL:PHR:2002:AD9209
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak ondanks schending ondervragingsrecht getuige wegens ontbreken niet-ontvankelijkheid OM
In deze strafzaak speelde een schietincident waarbij twee personen om het leven kwamen. Verdachte en medeverdachten werden aangehouden en vervolgd. Een cruciale getuige, die belastende verklaringen had afgelegd, werd echter uitgezet omdat hij illegaal in Nederland verbleef en niet beschikbaar bleef voor ondervraging door de verdediging en rechters.
Het hof sprak verdachte vrij omdat het niet in staat was de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring te toetsen door het ontbreken van de mogelijkheid tot ondervraging. De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het schenden van het ondervragingsrecht.
De Hoge Raad oordeelde dat hoewel het Openbaar Ministerie tekort was geschoten in het beschikbaar houden van de getuige, dit niet leidde tot een ernstige schending van het recht op een eerlijk proces die niet-ontvankelijkheid zou rechtvaardigen. De vrijspraak was een zuivere vrijspraak en het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak benadrukt de hoge eisen die worden gesteld aan sancties bij schendingen van procesrechten en bevestigt dat niet elke tekortkoming leidt tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.
De Advocaat-Generaal stelde middelen voor cassatie voor, maar deze werden niet ontvankelijk verklaard, waarmee de vrijspraak in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard en de vrijspraak blijft in stand.