ECLI:NL:PHR:2002:AD9208
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs na uitzetting belangrijke getuige
In deze zaak werd verdachte verdacht van betrokkenheid bij een schietpartij waarbij twee personen om het leven kwamen. Een cruciale getuige, die belastende verklaringen had afgelegd, werd na zijn aanhouding uitgezet omdat hij niet over geldige verblijfspapieren beschikte. Hierdoor kon hij niet adequaat door de verdediging worden ondervraagd.
Het Hof oordeelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk was in zijn vervolging niet kon worden aangenomen, maar sprak verdachte vrij omdat het bewijs onvoldoende was. De verklaring van de uitgezette getuige werd niet als bewijs gebruikt wegens het ontbreken van de mogelijkheid tot ondervraging, waardoor de betrouwbaarheid niet kon worden getoetst.
De Advocaat-Generaal stelde cassatieberoep in tegen de vrijspraak, stellende dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk moest worden verklaard en dat het Hof onjuist had geoordeeld over de uitzetting van de getuige. De Hoge Raad oordeelde echter dat het Hof geen onbegrijpelijke beslissing had genomen en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard en de vrijspraak van verdachte bevestigd.