ECLI:NL:PHR:2002:AD8939
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid aanhouding bij ontdekking cocaïne in bagage op Schiphol
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden wegens het opzettelijk invoeren van cocaïne. Het hof oordeelde dat de aanhouding van verdachte op Schiphol rechtmatig was, ondanks het tijdsverloop tussen het aantreffen van de koffer met cocaïne en de feitelijke aanhouding.
De aanhouding vond plaats nadat op de bagageband een koffer met een binnenschaal en een positieve cocaïnetest werd aangetroffen. De koffer werd onderzocht en de passagier die de koffer claimde, werd later op de gate aangehouden. Het hof stelde dat de maatregelen vrijwel onafgebroken en binnen de 'verse toestand' waren genomen, waardoor sprake was van ontdekking op heterdaad conform art. 128 Sv Pro.
Verdachte voerde in cassatie aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de opsporingsambtenaren niet waren gehoord. De Hoge Raad verwierp deze middelen, oordeelde dat het hof het feitelijk oordeel over de rechtmatigheid van de aanhouding niet onbegrijpelijk had gemotiveerd en dat het verzoek tot het horen van de opsporingsambtenaren terecht was afgewezen.
Ook de klacht over de schending van de redelijke termijn in de cassatiefase werd verworpen. De Hoge Raad concludeerde dat de aanvulling van het verkorte arrest tijdig was ontvangen en dat de procesorde niet was geschonden. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot 42 maanden gevangenisstraf wegens het opzettelijk invoeren van cocaïne.