ECLI:NL:HR:2002:AD8939
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 Opiumwet met rechtmatige aanhouding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf wegens het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet. De feiten betreffen de vondst van cocaïne in een koffer die vanuit Venezuela via Schiphol naar Amman werd doorgevoerd.
Op 17 juni 2000 ontdekten verbalisanten van het Schipholteam de cocaïne in de koffer van verdachte op de luchthaven Schiphol. Verdachte werd diezelfde dag aangehouden bij het inchecken voor de vlucht naar Amman. Het hof oordeelde dat de aanhouding rechtmatig was omdat sprake was van ontdekking op heterdaad, waarbij de strafbare feiten nog voortduurden tijdens de aanhouding.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat de aanhouding onrechtmatig was omdat geen sprake zou zijn van ontdekking op heterdaad. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat de aanhouding binnen de 'verse toestand' plaatsvond, waarbij de reconstructie van het strafbare feit betrouwbaar was en de kans op dwaling klein.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof, waarmee de veroordeling tot 42 maanden gevangenisstraf en verbeurdverklaring ongewijzigd bleef.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf wegens overtreding van artikel 2 Opiumwet met rechtmatige aanhouding.