ECLI:NL:PHR:2002:AD8914
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling deelname criminele organisatie en ne bis in idem niet van toepassing
Verdachte is door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf wegens deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van illegale import en export van afvalstoffen. Het hof stelde vast dat verdachte betrokken was bij een organisatie die zich bezighield met het zonder vergunning opslaan en overbrengen van afvalstoffen.
De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het ne bis in idem-beginsel, omdat verdachte al in België was veroordeeld voor hetzelfde feit. De Hoge Raad oordeelde dat dit verweer faalt omdat niet aannemelijk is dat de Belgische straf geheel is uitgevoerd, er gratie is verleend of verjaring heeft plaatsgevonden.
Verder stelde de verdediging dat het hof onvoldoende had beslist op verweren en dat prejudiciële vragen gesteld hadden moeten worden over de toepasselijkheid van de Europese Verordening 259/93 (EVOA). De Hoge Raad concludeerde dat de verweren niet nadrukkelijk in hoger beroep waren herhaald en het verzoek tot prejudiciële vragen geen feitelijke grondslag had.
Het bewijs toonde aan dat verdachte als eigenaar en leidinggevende van een onderneming nauw samenwerkte met medeverdachten in een duurzaam samenwerkingsverband gericht op het plegen van strafbare feiten. De Hoge Raad verwierp alle middelen van cassatie en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling tot 18 maanden gevangenisstraf wegens deelname aan criminele organisatie en ne bis in idem-verweer faalt.