ECLI:NL:PHR:2002:AD6247
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over uitbreiding mestproductie en verwijst zaak terug
Verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk uitbreiden van de productie van dierlijke meststoffen boven het toegestane niveau volgens de Interimwet beperking varkens- en pluimveehouderijen. Het hof Arnhem verwierp het verweer dat verdachte mocht uitgaan van een hogere veebezetting dan de landbouwtelling van mei 1984 en stelde dat de opgave van het aantal dieren op 31 december 1986 leidend was.
Verdachte stelde dat de meitelling van 1984 geen juist beeld gaf van de gebruikelijke bezetting en dat het referentieaantal hoger moest worden vastgesteld, met name dat zijn bedrijf ruimte had voor 1800 varkens. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het hoogste aantal varkens in 1984 niet als uitgangspunt mocht dienen en onvoldoende inzicht gaf in de beoordeling van het gebruikelijke aantal.
De Hoge Raad benadrukt dat de feitenrechter zelf moet vaststellen welk referentieaantal geldt, rekening houdend met bijzondere omstandigheden die afwijken van de meitelling. Omdat het hof dit niet adequaat heeft gedaan, wordt het arrest vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar een ander hof voor hernieuwde beoordeling en afdoening.
De zaak betreft de interpretatie van de Meststoffenwet en de Interimwet, waarbij het referentieaantal varkens bepalend is voor het vaststellen van de toegestane mestproductie. De Hoge Raad geeft daarmee een belangrijke aanwijzing over de wijze van toetsing van vermeende overtredingen van mestproductiebeperkingen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het referentieaantal en de vermeende uitbreiding van mestproductie.