ECLI:NL:HR:2002:AD6247
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende vaststelling referentieproductie dierlijke meststoffen
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem dat verdachte veroordeelde wegens overtreding van artikel 14, eerste lid, van de oude Meststoffenwet. Verdachte werd verweten de productie van dierlijke meststoffen op zijn varkensbedrijf in 1997 te hebben uitgebreid boven de toegestane referentiehoeveelheid fosfaat per hectare.
Het verweer van verdachte richtte zich op de berekening van het referentieproductierecht, waarbij hij stelde dat hij mocht uitgaan van de hoogste veebezetting tussen twee landbouwtellingmomenten in 1984. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat verdachte gehouden was een waarheidsgetrouwe opgave te doen van het aantal dieren op 31 december 1986, zoals voorgeschreven in het Registratiebesluit dierlijke meststoffen.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof niet zelfstandig heeft vastgesteld wat de referentieproductie was op basis van de landbouwtelling van 1984 of een afwijkend aantal dat in aanmerking komt. Hierdoor is de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor hernieuwde behandeling en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak naar ander hof voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende vaststelling referentieproductie meststoffen.