ECLI:NL:PHR:2002:AD4926
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bewijslast bij aanrijding met gladde banden en slipgevaar op nat wegdek
In deze zaak draait het om een aanrijding op de autosnelweg A205 waarbij een BMW met gladde banden en een Volkswagen betrokken waren. Zürich, de verzekeraar van de BMW, vordert schadevergoeding van de bestuurder van de Volkswagen, stellende dat deze plotseling naar links uitweek tijdens het inhalen, waardoor het ongeval ontstond.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat Zürich de bewijslast draagt voor haar stelling over de toedracht van het ongeval. Hoewel de bestuurder van de Volkswagen onrechtmatig handelde door met gladde banden te rijden, is niet vastgesteld dat het slipgevaar zich daadwerkelijk heeft verwezenlijkt en het ongeval daardoor is veroorzaakt. Hierdoor is het causaal verband niet automatisch gegeven.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep van Zürich af. De bewijslastregel dat het rijden met gladde banden bij regen het risico van een ongeval in beginsel geeft, geldt pas indien het gevaar zich ook daadwerkelijk heeft verwezenlijkt. Omdat dit niet is aangetoond, blijft de bewijslast bij Zürich. De Hoge Raad benadrukt dat het Hof de stukken juist heeft uitgelegd en dat de beoordeling van de feiten niet in cassatie kan worden herzien.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Zürich wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding afgewezen wegens onvoldoende bewijs van causaal verband.